Nieuws

20 juni 2017

Op 1 juli 2017 gaat de nieuwe Arbowet in.

In de vernieuwde Arbowet wordt de betrokkenheid van werkgevers en werknemers bij de arbodienstverlening vergroot en staat preventie meer centraal. Zo wordt de positie van de preventiemedewerker versterkt, krijgt het medezeggenschapsorgaan een grotere rol bij het arbobeleid en worden de randvoorwaarden voor het handelen van de bedrijfsarts aangescherpt.

Een van de belangrijkste punten van de nieuwe Arbowet is de invoering van het basiscontract. Het basiscontract stelt minimumeisen aan het contract tussen arbodienstverleners en werkgevers. Vanaf 1 juli 2017 moeten werkgevers verplicht een (basis-)contract sluiten met een arbodienstverlener.

Werkgevers en arbodienstverleners krijgen tot 1 juli 2018 de tijd om de contracten aan te passen. Aanpassen kan door middel van een aanvulling op het bestaande contract of door een nieuw contract af te sluiten.

Meer informatie is te vinden op de site Arboportaal.nl van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.




28 oktober 2016

Van premiekorting naar lage-inkomensvoordeel (2017) en loonkostenvoordeel (2018)

Het kabinet stimuleert werkgevers om mensen met een achterstandspositie op de arbeidsmarkt, zoals ouderen en mensen met een arbeidsbeperking, in dienst te nemen en te houden. Nu gebeurt dit door het systeem van de premiekortingen. Dit systeem wordt vanaf 2017 vervangen door de Wet tegemoetkomingen loondomein. 

De Wet tegemoetkomingen loondomein wordt in 2 fasen ingevoerd:
Fase A: vanaf 2017 gaat het lage-inkomensvoordeel in.
Fase B: vanaf 2018 worden de premiekortingen oudere werknemer en arbeidsgehandicapte werknemer vervangen door loonkostenvoordelen.

A. Lage-inkomensvoordeel (LIV)

Een werkgever die een werknemer in dienst neemt of heeft met een laag loon, kan vanaf 2017 een tegemoetkoming krijgen in de loonkosten. Dit heet het lage-inkomensvoordeel (LIV). Met ‘laag loon’ wordt bedoeld: een salaris van 100% tot 125% van het volledig wettelijk minimumloon.

Voorwaarden 

  • Een werkgever heeft recht op LIV als in het kalenderjaar voor de werknemer ten minste 1.248 verloonde uren zijn opgenomen in de loonaangifte. Daarnaast moet het gemiddeld uurloon op jaarbasis ten minste € 9,50 en maximaal € 11,87 bedragen. Het gemiddelde uurloon is het jaarloon gedeeld door het aantal verloonde uren.
  • Er geldt geen leeftijdsondergrens. De voorwaarde is dat het loon minstens 100% bedraagt van het volledig wettelijk minimumloon. Voor jongeren tot 23 jaar bestaat daarom geen recht op het LIV als de jongere het minimumjeugdloon ontvangt. Ontvangt de jongere het volledige wettelijke minimumloon dan heeft de werkgever wel recht op de tegemoetkoming. 
  • Het recht op het LIV stopt als de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.

Wat moet de werkgever doen?
Een werkgever hoeft geen aanvraag in te dienen. Het UWV gebruikt de loonaangifte om vast te stellen of een werkgever recht heeft op het LIV.

B. Loonkostenvoordelen (LKV) 

De bestaande premiekortingen worden vanaf 2018 vervangen door loonkostenvoordelen. Dit geldt voor:

  • De oudere werknemer (56+) die uit een uitkeringssituatie komt
  • De arbeidsgehandicapte werknemer (in dienst nemen en herplaatsen)
  • De werknemer die valt onder de Wet Banenafspraak en scholingsbelemmerden

De premiekorting jongeren wordt niet omgezet in een LKV omdat deze eindigt op 31 december 2017.

Doelgroepverklaring
Voor het ontvangen van loonkostenvoordelen heeft een werkgever vanaf 2018 altijd een doelgroepverklaring nodig.




25 maart 2016

Moet je aangifte doen als ondernemer? Doe de OndernemersCheck!

Ongeveer 40% van de pasgestarte ondernemers blijkt achteraf geen ondernemer voor de inkomstenbelasting te zijn. Maar ook ondernemers die al langer bij de Kamer van Koophandel staan ingeschreven, voldoen niet altijd aan de criteria. Voorkom verrassingen: doe de OndernemersCheck en krijg een goed beeld of u volgens de Belastingdienst ondernemer voor de inkomstenbelasting bent.

www.belastingdienst-ondernemerscheck.nl




3 februari 2016

De VAR (Verklaring Arbeidsrelatie) wordt gebruikt om aan te tonen dat er geen sprake van een dienstbetrekking is. De opdrachtgever hoeft dan geen loonheffingen in te houden en af te dragen.

De VAR gaat verdwijnen per 1 mei 2016. Opdrachtnemers kunnen dan geen VAR meer aanvragen. In de tussentijd is er een overgangsregeling.

In plaats van een VAR kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers voorbeeldovereenkomsten gebruiken die door de belastingdienst zijn opgesteld of beoordeeld. Wordt er gewerkt volgens een overeenkomst die door de belastingdienst is opgesteld of beoordeeld, dan heeft de opdrachtgever vooraf zekerheid dat hij geen loonheffingen hoeft in te houden en te betalen. De opdrachtnemer is dan niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen (WW, ZW en WIA). Hij krijgt dus geen uitkering als hij werkloos, ziek of arbeidsongeschikt wordt.

Als blijkt dat de manier van werken niet volgens de overeenkomst gaat en dat er toch sprake is van een dienstbetrekking, moet de opdrachtgever alsnog loonheffingen inhouden en betalen.

Meer informatie is hier te vinden: De VAR verdwijnt




2 februari 2016

Per 1 januari 2016 geldt een verbod op gratis plastic tasjes. Over verkochte plastic tasjes moet 21% BTW worden afgedragen. De tasjes moeten op de kassa worden aangeslagen, in een aparte groep, als omzet belast met 21% BTW.

Voor de volledigheid geven we hieronder de belangrijkste informatie over het verbod op gratis plastic tasjes weer (bron: rijksoverheid.nl):

Wat betekent het verbod op gratis plastic tassen voor winkels?

U mag per 1 januari 2016 geen gratis plastic tas meer meegeven aan klanten om gekochte producten in te vervoeren. U mag daarvoor in de plaats wel een plastic tas verkopen. Dat mag ook een statiegeldtas zijn. U kunt daarnaast een tassenbol in de winkel hangen. Hier kunnen klanten hun plastic tas in doen en uithalen voor hergebruik.

Wanneer wel een gratis plastic tas?

U mag wel een gratis plastic tas meegeven als het nodig is om:

  • losse voedingsmiddelen te beschermen tegen vuil en ziekteverwekkers;
  • lekvocht van rauwe vis, rauw vlees of rauw gevogelte uit niet afgesloten verpakking af te vangen;
  • verspilling van voedsel tegen te gaan;

Winkeliers mogen een gratis plastic tas uitdelen als reclame. Maar dit mag niet gelijktijdig met de verkoop van producten gebeuren. Meer informatie over situaties waarbij u wel een plastic tas kunt meegeven vindt u bij Verbod op gratis plastic tassen.

Papieren, jute en stoffen tassen blijven gratis

De winkelier mag wel papieren, stoffen en jute tassen gratis meegeven. Deze tasjes vallen niet onder het verbod. Papieren of jute tassen met een plastic coating of voering vallen wel onder het verbod. 

Prijs voor plastic tas

U mag zelf een prijs bepalen voor de plastic tas. De overheid geeft een richtbedrag van € 0,25 per plastic tas. Het bedrag voor de plastic tas moet bovenop het aankoopbedrag komen. Er geldt een btw-heffing voor de verkoop van de plastic tas. Daarom staat het bedrag voor de tas ook op de kassabon.

ILT houdt toezicht

De Inspectie Leefomgeving en Transport ziet toe op naleving van het verbod op gratis plastic tassen. Ze mag daarom controles op verkooppunten en administratief onderzoek uitvoeren. Winkeliers moeten kunnen aantonen dat ze plastic draagtassen niet gratis meegeven, maar de consument ervoor laten betalen.




1 februari 2016

Vandaag vieren wij het 20-jarig bestaan van ADO & Partners!



15 december 2015

In het tussenjaar 2016 verandert de autobelasting. Volledig elektrische auto's worden helemaal vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting. Semi-elektrische auto's voor de helft.

Daarnaast wijzigt de fiscale bijtelling voor auto's van de zaak. Hoe 'schoner' de auto, hoe lager de bijtelling. De nieuwe percentages zijn:

  • auto's met een emissie van 0 gram CO2/km (elektrisch): 4%
  • auto's met een emissie van 1-50 gram CO2/km (hybride): 15%
  • auto's met een emissie van 51-106 gram CO2/km (benzine/diesel): 21%
  • auto's met een emissie van meer dan 106 gram CO2/km (benzine/diesel): 25%



15 december 2015

Voor de salarisadministratie belangrijke wijzigingen in de wet- en regelgeving voor 2016:

De Werkkostenregeling
De werkkostenregeling wijzigt in 2016 op twee onderdelen:

  • De gebruikelijkheidstoets wordt aangescherpt.
  • In de werkkostenregeling moet het rentevoordeel in het geval van een personeelslening voor de woning van de werknemer worden belast als loon

AOW-leeftijd omhoog
De AOW-leeftijd gaat omhoog naar 65 jaar + 6 maanden.

In dienst nemen AOW'er aantrekkelijker

Met ingang van 2016 betaalt de werkgever het loon bij ziekte van de AOW'er nog maar zes weken door. Er zijn minder re-integratieverplichtingen en de mogelijkheid voor tijdelijke contracten wordt verruimd.

Arbeidsgehandicapte: loonkostensubsidie en premiekorting combineren
Wie een werknemer aanneemt uit de doelgroep van de banenafspraak, die niet zelfstandig het minimumloon kan verdienen, kan in 2016 loonkostensubsidie krijgen en premiekorting toepassen.

Wie banen beschikbaar stelt voor mensen met een arbeidsbeperking kan rekenen op een basispakket van voorzieningen, zoals een mobiliteitsbonus.

Wijzigingen in de WW
De Werkloosheidsuitkering (WW) is op een aantal punten veranderd. Zo mag u het 1e half jaar zoeken naar werk op uw niveau. Daarna wordt alle arbeid passend.

Var verdwijnt, nieuwe modelovereenkomsten gepubliceerd
De VAR verdwijnt hoogstwaarschijnlijk in 2016 en wordt vervangen door de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties). De Belastingdienst heeft nieuwe modelovereenkomsten gepubliceerd, evenals een overzicht van bepalingen die leiden tot het oordeel 'wel of geen dienstbetrekking'.



21 mei 2015

De tijdelijke btw-verlaging voor de bouwbranche eindigt op 1 juli 2015. Nu het einde van de regeling nadert, is het belangrijk dat u hier bij het offreren en factureren rekening mee houdt.

U kunt te maken krijgen met verschillende situaties:

  • Wordt een dienst, volgens planning, voor 1 juli 2015 afgerond? Dan kunt u voor de arbeidskosten nog  6% btw berekenen. Let er wel op dat bij een aanneemdienst de oplevering en ook de aanvaarding heeft plaatsgevonden voor 1 juli 2015.
  • Start een dienst vóór 1 juli 2015 maar zijn de werkzaamheden pas na 30 juni 2015 afgerond? Dan geldt het verlaagde btw-tarief op de arbeidskosten niet meer, maar geldt het tarief van 21% voor de gehele dienst. Als een dienst bijvoorbeeld op 1 juni 2015 begint en 31 juli 2015 is afgerond, moet u op de factuur voor de volledige dienst 21% btw in rekening brengen.
  • Treedt er vertraging op bij een opdracht die volgens offerte en planning voor 1 juli klaar had moeten zijn? Als de datum van 1 juli 2015 dan wordt overschreden dient u ook over de arbeidskosten op uw factuur 21% btw in rekening te brengen, ook al hebt u in uw offerte  6% berekend aan uw klant.
  • Doet een klant vóór 1 juli 2015 vooruitbetalingen voor renovatie- en herstelwerkzaamheden die op of na deze datum worden afgerond? Dan geldt ook het btw-tarief van 21%.  
  • Reikt u in de periode tot en met 30 juni 2015 deelfacturen uit? Maar rondt u de dienst pas af ná deze periode? Dan berekent u over deze deelfacturen 21% btw.

Voor een aantal werkzaamheden kunt u overigens ook na 30 juni 2015 het 6%-tarief blijven toepassen. Bij woningen ouder dan 2 jaar blijft voor schilderen, stukadoren, behangen en het energiezuiniger maken door isolatie het btw-tarief van 6% ook na 30 juni 2015 gelden.

Meer informatie

Meer informatie over de tariefwijziging per 1 juli 2015 vindt u op belastingdienst.nl

Een uitgebreid overzicht van vragen en antwoorden vindt u op rijksoverheid.nl




26 februari 2015

De transitievergoeding is een ontslagvergoeding aan de werknemer, bedoeld om de kosten van (om)scholing of het vinden van ander werk te betalen. Vanaf 1 juli 2015 geldt het volgende:

Een werknemer die ten minste 24 maanden in dienst is bij dezelfde werkgever, heeft bij het einde van het dienstverband recht op een transitievergoeding als de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever niet wordt voortgezet. Ook werknemers die op grond van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd werkzaam zijn geweest, hebben recht op de transitievergoeding.

De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van de duur van het dienstverband:

  • Over de eerste 10 dienstjaren is de vergoeding gelijk aan 1/3 maandsalaris per dienstjaar;
  • Indien de werknemer langer dan 10 jaar in dienst is, is de vergoeding 1/2 maandsalaris per dienstjaar (berekend na 10 dienstjaren);
  • Er geldt een overgangsperiode tot 1 januari 2020: Een werknemer van 50 jaar of ouder, waarvan de arbeidsovereenkomst ten minste 10 jaar heeft geduurd, heeft over elk jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd na het bereiken van de leeftijd van 50 jaar recht op een bruto maandsalaris. Deze overgangsregeling geldt niet voor werkgevers met minder dan 25 werknemers in loondienst;
  • In geval van bedrijfseconomische omstandigheden mogen werkgevers met minder dan 25 werknemers bij de berekening van de omvang van de transitievergoeding uitgaan van de duur van het dienstverband te rekenen vanaf 1 mei 2013.

Er is geen transitievergoeding verschuldigd indien:

  • de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd voordat de werknemer de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en de gemiddelde arbeidsomvang niet meer dan 12 uur per week bedroeg;
  • de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;
  • de beëindiging het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer;
  • de arbeidsovereenkomst eindigt met wederzijds goedvinden;
  • de werkgever in staat van faillissement is verklaard, aan hem surseance van betaling is verleend of op hem een schuldsaneringsregeling van toepassing is.

Aanvullend is deze week de volgende overgangsregeling aangekondigd voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd:

  • Alleen nog het arbeidsverleden van tijdelijke krachten vanaf 1 juli 2012 - met een onderbreking korter dan zes maanden – telt mee voor de transitievergoeding. Tijdelijke arbeidsovereenkomsten van vóór 1 juli 2012 tellen alleen mee met een onderbreking van ten hoogste drie maanden;

  • Verder wordt geregeld dat de transitievergoeding niet direct betaald hoeft te worden als de werkgever de werknemer de garantie biedt dat hij of zij binnen zes maanden weer aan de slag kan;

  • Als een tijdelijke werknemer binnen maximaal zes maanden na het aflopen van zijn tijdelijk contract een vast contract krijgt dat ingaat op of na 1 juli 2015, telt ook de periode tussen 1 juli 2012 en 1 juli 2015 alleen mee als tijdelijke arbeidsovereenkomsten elkaar hebben opgevolgd met een periode van maximaal drie maanden.

Op de transitievergoeding kunnen al eerder gemaakte kosten in mindering worden gebracht van maatregelen die gericht zijn op het voorkomen van werkloosheid en het bevorderen van bredere inzetbaarheid bij het vinden van een andere baan.

De bepalingen betreffende de transitievergoeding zijn van dwingend recht. Dit betekent dat hier niet van mag worden afgeweken.




3 december 2014

Hierbij willen wij u kort informeren over een beperkt aantal wijzigingen in de nieuwe Wet Werk en Zekerheid waar u als werkgever in 2015 mee te maken krijgt.

Er worden wijzigingen doorgevoerd op drie gebieden:

Het flexrecht

Vanaf 1 januari 2015:

  • Er geldt een aanzegtermijn. Aanzeggen betekent dat u uw werknemer met een contract voor bepaalde tijd van 6 maanden of langer minimaal een maand voor het einde van het contract laat weten of u het contract verlengt;

  • Bij tijdelijke contracten van 6 maanden of minder kan geen proeftijd meer worden opgenomen in de arbeidsovereenkomst;

  • De mogelijkheid voor werkgevers om oproepcontracten te gebruiken, wordt beperkt. Is de omvang van het werk nog niet vastgesteld? Dan kan een werkgever in de eerste 6 maanden van een arbeidsovereenkomst nog wel gebruik maken van een oproepcontract. Daarna is een oproepcontract alleen nog mogelijk als dit in de geldende cao voor die functie is geregeld. Het moet dan wel gaan om werkzaamheden die incidenteel zijn en geen vaste omvang kennen.

Vanaf 1 juli 2015:

  • Flexwerkers moeten na 2 jaar (of 3 tijdelijke contracten) aanspraak kunnen maken op een vast contract. Nu is dat 3 jaar. Tijdelijke contracten worden als opeenvolgend gezien als zij elkaar met een tussenpoos van 6 maanden of minder opvolgen. De tussenpoos is momenteel 3 maanden.

Het ontslagrecht

Vanaf 1 juli 2015 komt er een vaste ontslagroute. Bedrijfseconomisch ontslag en ontslag door langdurige arbeidsongeschiktheid gaan via het UWV. Ontslag om andere redenen gaat via de kantonrechter.

Er wordt een scholingsplicht ingevoerd. U mag een werknemer niet ontslaan vanwege ongeschiktheid voor zijn functie als u hem geen scholing heeft aangeboden.

Vanaf 1 juli 2015 hebben alle werknemers onder bepaalde voorwaarden recht op een transitievergoeding bij ontslag. Deze voorwaarden zijn:

  • als zij ten minste 2 jaar in dienst zijn geweest;

  • de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever is beëindigd.

De werkloosheidswet (WW)

Vanaf 1 januari 2016 wordt de maximale duur van de WW stapsgewijs teruggebracht. Vanaf 2019 is de maximale publieke WW-uitkering dan nog 24 maanden.




18 november 2014

Al enige jaren passen wij binnen de salarisadministratie de werkkostenregeling (WKR) toe voor die klanten waarvoor dat voordelig bleek te zijn. Per 1 januari 2015 wordt deze regeling verplicht voor alle werkgevers.

Enkele wijzigingen in de WKR per 1 januari 2015: 

  • Het percentage van de vrije ruimte gaat omlaag van 1,5% naar 1,2% van het totale fiscale loon.

  • Gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur zijn vrijgesteld als ze voldoen aan het noodzakelijkheidscriterium. Dit is het geval als:

        • De voorziening naar uw redelijke oordeel noodzakelijk is voor een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking;

        • U de voorziening betaalt en de kosten niet doorberekent aan de werknemer;

        • Uw werknemer de voorziening teruggeeft of de restwaarde van de voorziening aan u betaalt als hij deze niet meer nodig heeft voor de dienstbetrekking.

  • Korting op producten uit eigen bedrijf is onder voorwaarden vrijgesteld. Voor korting op producten uit uw eigen bedrijf geldt vanaf 2015 een gerichte vrijstelling. Als u aan uw werknemer een korting of vergoeding geeft bij de aankoop van producten uit eigen bedrijf, dan is dit onder de volgende voorwaarden gericht vrijgesteld:
        • De producten zijn niet branchevreemd;

        • De korting of vergoeding is per product maximaal 20% van de waarde van dat product in het economische verkeer (inclusief btw);

        • De kortingen of vergoedingen bedragen in 2015 samen niet meer dan € 500 (inclusief btw).

De overige wijzigingen in de WKR zijn administratief van aard en houden wij voor onze klanten in de gaten.




30 oktober 2014

In 2014 is het aanmerkelijk belangtarief tijdelijk verlaagd van 25% naar 22% voor de eerste € 250.000. Door een dividenduitkering of verkoop van uw aandelen nog in 2014 te verrichten, bespaart u dus maximaal € 7.500 netto (3% over maximaal € 250.000). Let er wel op dat er voldoende ruimte is om dividend uit te keren. Vooral bij BV’s met een pensioenvoorziening is voorzichtigheid geboden.




30 oktober 2014

Als u vanuit uw BV een hypotheek aan u zelf hebt verstrekt na 31 december 2012, doe dan tijdig opgave aan de Belastingdienst van alle relevante gegevens van de lening. Als u dit verzuimt, loopt u de renteaftrek voor een jaar mis.




30 oktober 2014

Aan werknemers die zich extra verdienstelijk hebben gemaakt in het afgelopen jaar kunt u besluiten een decemberbonus uit te keren. Werkgevers die al zijn overgestapt op de werkkostenregeling kunnen de nog resterende vrije ruimte van deze regeling benutten om een algemene kostenvergoeding belastingvrij uit te betalen. De Belastingdienst accepteert dat tot € 2.400 per werknemer per jaar.




13 oktober 2014

Voor een groot aantal klanten passen wij al een paar jaar de werkkostenregeling toe, omdat die voor hun gunstig uitpakt. Per 1 januari 2015 wordt de werkkostenregeling verplicht gesteld en verandert deze op de volgende 6 punten:

  • Het percentage van de vrije ruimte gaat omlaag van 1,5% tot 1,2% van uw totale fiscale loon.
  • Gereedschappen, computers en mobiele communicatiemiddelen zijn vrijgesteld als ze voldoen aan het noodzakelijkheidscriterium.
  • Korting op producten uit eigen bedrijf is onder voorwaarden vrijgesteld.
  • Het onderscheid tussen vergoeden, verstrekken en ter beschikking stellen vervalt voor een aantal voorzieningen op de werkplek.
  • U mag de eindheffing over het bedrag boven de vrije ruimte op concernniveau berekenen.
  • U mag 1 keer per jaar toetsen of de vergoedingen en verstrekkingen binnen de vrije ruimte blijven, in plaats van per aangiftetijdvak.



1 juli 2014

Een nieuwe app van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maakt het makkelijker om paspoorten te controleren. Met de gratis DutchID-app kunt u paspoorten van nieuwe collega’s grondig controleren en kunt u identiteitsfraude beter opsporen.

Als er een nieuwe medewerker start in uw bedrijf, moet zijn of haar identiteit officieel worden vastgesteld. De DutchID-app laat zien op welke punten een bedrijf identiteitsbewijzen moet controleren. Zo ziet u hoe het nieuwe (ingevoerd op 9 maart 2014) model paspoort en identiteitskaart eruit hoort te zien.

Gaat u met uw vinger over het scherm, dan trilt uw telefoon of tablet op de plek waar een reliëf zit. Door het apparaat te kantelen, ziet u waar de 3D-effecten en kinegrammen zich bevinden en hoe ze eruit horen te zien. Ook toont de DutchID-app wat u moet zien als u het paspoort onder een UV-lamp houdt.

Door paspoorten goed te controleren, verkleint u de kans dat uw organisatie de dupe wordt van identiteitsfraude. De DutchID-app is gratis te downloaden in de iTunes store en Play Store voor zowel tablet als smartphone.




27 maart 2014

Steeds meer contacten verlopen digitaal en ook worden documenten en agenda’s digitaal bijgehouden. Deze digitalisering heeft gevolgen voor de bewaarplicht. Hierna leest u enkele zaken waar u aan moet denken bij de digitalisering van de administratie. 

  • de gegevens van een digitale agenda (ook die van de smartphone) behoren tot de administratie. Zodra de computer of de smartphone vervangen wordt, is het van belang dat de gegevens uit de agenda bewaard blijven. Het is verstandig om geregeld een back-up te maken.
  • het is niet toegestaan om e-mails en digitale documenten, zoals rekeningen en prijslijsten, uit te printen en vervolgens het digitale bestand te verwijderen. Oude prijslijsten moeten digitaal bewaard blijven.
  • u moet de digitale brondata van de facturen bewaren, zodat een kopie-factuur binnen een redelijke termijn reproduceerbaar is. De gereproduceerde factuur moet volledig identiek zijn aan de originele factuur. De historie van de stamgegevens moet dus ook bewaard blijven.
  • er gelden voorwaarden om grootboekrekeningen te verdichten. Binnen geautomatiseerde administraties is het veelal mogelijk om een grootboekrekening te verdichten (verdichten is het samenvatten van meerdere transacties). Bij verdichten is het vereist dat de achterliggende gegevens ten minste 7 jaren bewaard blijven (10 jaar voor de gegevens van onroerende zaken).
  • bij gebruik van een kassa met geheugen is het van belang om deze gegevens te bewaren. Dit speelt vooral op het moment dat de kassa vervangen wordt. De gegevens van de oude kassa vallen onder de bewaarplicht.
  • let erop dat bij het gebruik van telebankieren de transacties slechts enige maanden raadpleegbaar zijn. Zorg ervoor dat de bankgegevens gedurende de bewaartermijn inzichtelijk zijn.
  • de wettelijke termijn begint te lopen vanaf het moment dat het document zijn belang voor de onderneming heeft verloren. Dit houdt bijvoorbeeld bij een leasecontract in dat de bewaartermijn van 7 jaar aanvangt op de dag dat het contract is afgelopen. 

Deze lijst is niet limitatief. Voor alle documenten geldt dat ze op een zodanige wijze bewaard moeten worden, dat ze binnen een redelijke termijn raadpleegbaar en controleerbaar zijn. Daarnaast moet de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud van de documenten aannemelijk gemaakt kunnen worden. 

Meer informatie over de digitale bewaarplicht vindt u in de folder:

Uw geautomatiseerd administratie en de fiscale bewaarplicht

en in de brochure van het ECP (Electronic Commerce Platform):

Bewaren en Bewijzen




15 januari 2014

Op de site weethoehetzit.nl, een initiatief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, staat een digitaal stappenplan voor het verplichte vaststellen van de identiteit van een nieuwe werknemer.

Vaststellen identiteit nieuwe werknemer




2 december 2013

Als u in de loop van een kalenderjaar in een andere auto van de zaak gaat rijden, geldt een bijtelling in de inkomstenbelasting voor beide auto's als u in het hele kalenderjaar in totaal meer dan 500 privékilometers rijdt. Ook als u met een of beide auto's onder de 500 kilometer bent gebleven.

Voorbeeld:

U hebt van 1 januari tot en met 31 maart een auto van de zaak. Daarmee rijdt u 50 privékilometers. Van 1 april tot het eind van het jaar hebt u een andere auto van de zaak. Met deze auto rijdt u 460 privékilometers. Omdat u op kalenderjaarbasis met beide auto's in totaal 510 privékilometers rijdt, krijgt u een bijtelling. De bijtelling berekent u als volgt:

3/12 x bijtel% x catalogusprijs eerste auto over de periode januari tot en met maart

9/12 x bijtel% x catalogusprijs tweede auto over de periode april tot en met december




2 december 2013

Op 1 januari 2014 treedt de Subsidieregeling praktijkleren in werking. Deze nieuwe regeling geldt als vervanging voor de afdrachtvermindering onderwijs, die nu via de aangifte loonheffingen loopt.

De Subsidieregeling praktijkleren heeft tot doel het stimuleren van werkgevers tot het bieden van praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen. De subsidie is een tegemoetkoming voor een werkgever in de kosten die hij maakt voor de begeleiding van een leerling, deelnemer of student. Ook is de subsidie een tegemoetkoming in de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding (toio).

Bedrijven kunnen deze subsidie aanvragen. Op de pagina 'Kom ik in aanmerking' leest u meer over de voorwaarden.

Het maximum subsidiebedrag is € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats.

De aanvraag kan digitaal worden ingevuld en u heeft geen andere gegevens nodig voor de aanvraag dan nu al in uw bezit zijn zoals de praktijkleerovereenkomst.




8 oktober 2013

De sectorprognoses 2014 van de Rabobank geven een blik op het komende jaar. De Rabobank ziet groei in de exportgerichte sectoren, maar krimp in de consumentgerichte sectoren. De ontwikkelingen en trends verschillen per sector en worden uitgebreid toegelicht.

 Sectorprognoses 2014




27 augustus 2013

De verplichte overgang naar SEPA op 1 februari 2014 houdt meer in dan alleen het vervangen van bankrekeningnummers door IBAN. In de meeste berichten over de invoering van SEPA en IBAN wordt de nadruk gelegd op het vervangen van het huidige bankrekeningnummer door IBAN. Zo wordt het huidige Clieop formaat voor overboekingen en incasso's vanuit (administratieve) software vervangen door een nieuw formaat en gelden er andere spelregels rondom incassoafhandeling. De gevolgen op een rijtje.

  • Omzetten van bankrekeningnummers naar IBAN en BIC. Bijvoorbeeld voor crediteuren, leden en werknemers. Maak zo nodig gebruik van de IBAN BIC Service (http://www.ibanbicservice.nl/) om voor bestaande Nederlandse rekeningnummers de juiste bijbehorende IBAN en BIC op te zoeken. Voor zakelijke gebruikers is er de IBAN BIC MultiChecker waarmee u van een groot aantal bestaande Nederlandse rekeningnummers in één bestand tegelijkertijd de IBAN en BIC kunt opvragen. Informeer bij uw softwareleverancier(s) naar ondersteuning van deze IBAN BIC Service.
  • De IBAN en BIC vermelden op uitingen als offertes, orders, facturen, websites, e.d.
  • Voor overschrijvingen is er bij de omschrijving ruimte voor 140 posities en de betalingsreferentie biedt ruimte voor 35 posities.
    SEPA-bestanden kunnen groter zijn. Houd rekening met de maximum aan te leveren bestandsformaten bij de betreffende banken.
  • Voor acceptgiro's is sprake van een gewijzigde indeling van de acceptgiroformulieren. Drukwerk moet daarop aangepast worden. Specificaties vindt u op http://www.acceptgiro.nl/. Vanaf 1 juli 2013 kunnen banken de IBAN-Acceptgiro verwerken.
  • Voor IDEAL is er een SEPA-variant. Dit is van belang voor ondernemingen die IDEAL gebruiken voor online betalingen, bijvoorbeeld in combinatie met een webshop.
  • Voor incasso's is de impact het grootst. Zo moet u rekening houden met het volgende:
    Nieuwe termijnen incasso's; een eenmalige incasso moet minimaal 5 werkdagen voor de verwerkingsdatum opgestuurd zijn. Voor doorlopende machtigingen is deze termijn minimaal 2 werkdagen en 5 dagen bij de eerste keer. Bekijk of zo mogelijk administratieve processen aangepast moeten worden in verband met de nieuwe verwerkingstijden.

    Voor incasso moet een ondernemer in elk geval een Europees incassocontract afsluiten met zijn bank, waarbij deze een Incassant-ID ontvangt. Dit geldt ook als een ondernemer al een incassocontract heeft lopen bij de bank. De voorwaarden en bijvoorbeeld contractlimieten kunnen per bank verschillend zijn.

    Elke ontvangen machtiging voor een Europese incasso moet worden voorzien van een kenmerk. In combinatie met het Incassant-ID zorgt dit kenmerk ervoor dat alle incasso-opdrachten gerelateerd kunnen worden aan een specifieke machtiging. Dit geldt óók voor al lopende machtigingen.

    Naast het Incassant-ID en het kenmerk moet de datum ondertekening machtiging Europese incasso vastgelegd worden in de administratie.

    Er moet een nieuw machtigingsformulier ontworpen worden voor de Europese incasso. Specificaties zijn beschikbaar.

    Het niveau van de machtiging is een aandachtspunt. Zo kan, in geval van verzekeringen, gewerkt worden met een machtiging per verzekerde (voor alle polissen) of bijvoorbeeld met een machtiging per polis. Dit laatste werkt uiteraard door in de administratie. De reden van incasso hoeft niet op de machtiging vermeld te worden. Wel moet de reden, voorafgaand aan de machtiging, duidelijk op een factuur of andere aankondiging vermeld worden.

    Huidige doorlopende machtiging Bedrijven (zakelijke incasso's) kunnen niet geschikt gemaakt worden voor SEPA incasso omdat de debiteur geen terugboekingsrecht meer heeft bij de SEPA incasso. Er moet dan een nieuwe machtiging gevraagd aan klanten, waarbij duidelijk is dat geen sprake is van terugboekingsrecht.

    Bij het doen van incasso is sprake van een verplichte vooraankondiging. De debiteur (klant) moet geïnformeerd worden over het te incasseren bedrag en de exacte datum van incasso.

    Euro incassobatches worden niet meer standaard via Equens aangeleverd. Informeer bij de bank op welke manier(en) Euro incassobatches aangeleverd kunnen worden. Houd er rekening mee dat het papieren overzicht met niet gelukte incassoposten en het Verwinfo uitvalbestand van Equens dan vervalt.

Bovenstaande opsomming is niet limitatief en slechts ter illustratie om aan te geven dat de implementatie van SEPA meer betekent dan alleen de installatie van nieuwe software. Zorg dat u op tijd de consequenties voor uw administratie in kaart brengt. Maak vervolgens een stappenplan op basis van de relevante punten en start op tijd met de voorbereiding. Want 1 februari 2014 is dichterbij dan u denkt.

Bron: Kluwer Financieel Management




4 juli 2013

De Staatssecretaris heeft een aangepast besluit gepubliceerd met betrekking tot de BTW-vrijstelling voor medische diensten:

Besluit mei 2013




2 juli 2013

Ondernemers kunnen van 1 juli 2013 tot het einde van dit jaar direct tot maximaal de helft van nieuwe bedrijfsinvesteringen afschrijven.

Zowel bedrijven die vennootschapsbelasting betalen als ondernemers die inkomstenbelasting betalen, kunnen gebruik van deze regeling maken.

Willekeurig afschrijven betekent ditmaal dat een ondernemer tot een maximum van 50% van het investeringsbedrag zelf bepaalt hoeveel het eerste jaar op de investering wordt afgeschreven. Ditmaal geldt voor het restant van het investeringsbedrag dat de normale afschrijving (in 5 jaar) van toepassing is. Voorwaarde is dat de investering voor 1 januari 2016 in gebruik wordt genomen. Als het bedrijfsmiddel nog niet in gebruik is genomen, kan de willekeurige afschrijving worden toegepast tot het al betaalde bedrag. Uiteindelijk schrijft men evenveel af als zonder willekeurige afschrijvingen, maar de regeling levert een liquiditeitsvoordeel op.

Willekeurige afschrijving geldt niet voor alle bedrijfsmiddelen.




17 juni 2013

Als er over de afgelopen vijf jaar te veel of te weinig omzetbelasting is aangegeven, dan moet dat aan de belastingdienst worden gemeld.

Vanaf 1 april 2012 is er voor deze btw-correcties een formulier verplicht gesteld:

Formulier suppletie omzetbelasting




27 april 2013

Nieuwe vragen en antwoorden bij het besluit over toepassing van 6% BTW over arbeidskosten bij renovatie en herstel van woningen van 1 maart 2013 tot 1 maart 2014.

Vragen en antwoorden over het verlaagde BTW-tarief




11 maart 2013

Onderneem, bespaar en innoveer - De overheid helpt

In deze brochure vindt u een overzicht van financieringsmogelijkheden en fiscale voordelen van innovaties.




7 maart 2013

Hoe krijgt en houdt een ondernemer grip op geldzaken?

Op de website van het Nibud is het 'Geldboek voor ondernemers' te downloaden:

Geldboek voor ondernemers




28 februari 2013

Vandaag heeft de staatsecretaris een besluit gepubliceerd over het tijdelijk toepassen van 6% BTW op de arbeidskosten bij renovatie en herstel van woningen.

Samenvattend geldt de regeling onder de volgende voorwaarden:

- het moment van afronden van het werk ligt tussen 1 maart 2013 en 1 maart 2014;

- alleen de arbeidskosten (niet de materiaalkosten);

- woningen die meer dan twee jaar geleden in gebruik zijn genomen.

Het besluit bevat een uitgebreide bijlage met voorbeelden en de meest gestelde vragen en antwoorden.

Via deze link is het volledige besluit te lezen: Besluit 28 februari 2013




17 december 2012

Vanaf 1 januari 2013 gelden voor de hele EU nieuwe BTW-factureringsregels. Het doel van deze nieuwe regels is het vereenvoudigen van de facturering, de modernisering van de wetgeving en het bevorderen van het gebruik van elektronische facturen. Met name bij het gebruik van e-facturen zullen de administratieve lasten aanzienlijk verminderen. Ook andere wijzigingen op het terrein van de facturering worden gerealiseerd, zoals de regels voor het uitreiken van de factuur en de inhoud ervan.

In dit artikel vindt u de belangrijkste wijzigingen op een rij: Nieuwe BTW-factureringsregels




12 december 2012

Sinds 1 oktober 2012 is het mogelijk om gemakkelijker een BV op te richten, met als voornaamste gemak het feit dat er geen EUR 18.000 aandelenkapitaal hoeft te worden gestort. Deze nieuwe BV wordt de Flex-BV genoemd en beoogt het gemakkelijker realiseren van samenwerkingsvormen, door het kunnen uitgeven van verschillende soorten aandelen (bijvoorbeeld alleen met stemrecht of alleen met winstrecht).

Nu lijkt er niet zoveel aan de hand voor de reeds bestaande BV’s, maar niets is minder waar!

Wat is er aan de hand?

Door het vervallen van de minimumkapitaaleis is het uitkeren van dividend ook voor bestaande BV’s een veel meer omvattende procedure geworden. Er moet namelijk door het bestuur van de vennootschap een uitkeringstest worden uitgevoerd, waaruit blijkt dat de solvabiliteit en de continuïteit van de BV het komende jaar geen gevaar loopt door de beoogde dividenduitkering. Als de uitkeringstest niet wordt gedaan en/of het een en ander is niet goed vast gelegd en de BV gaat toch failliet binnen dat jaar, dan wordt de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk gesteld; kortom de bestuurdersaansprakelijkheid dijt uit!

Verder wordt door politiek en media de boodschap verspreid dat het niet noodzakelijk zou zijn om de statuten van bestaande BV’s aan te passen. Invoering van het nieuwe BV-recht dwingt niet tot statutenwijziging. Dat neemt echter niet weg dat het in de praktijk wenselijk, zo niet noodzakelijk kan zijn om op korte termijn over te gaan tot statutenwijziging. Want, er kan geen gebruik worden gemaakt van de nieuwe mogelijkheden die het recht per 1 oktober 2012 biedt, zonder dat de statuten worden aangepast. Immers, wil men nader nuanceren in stemrecht of winstrecht, bijvoorbeeld in het kader van het plannen van de nalatenschap, dan zal wijziging van de statuten noodzakelijk zijn. Ook wordt in het nieuwe recht het toekennen van vergaderrecht voor de verschillende soorten aandeelhouders nu geregeld in de statuten, dus ook dat kan een reden zijn voor aanpassing van de huidige statuten.

Een aandachtspunt is het feit dat het nieuwe recht direct van toepassing is verklaard per 1 oktober jl., wat overgangsrechtelijk problemen kan geven in de huidige statuten. Dat speelt in de situatie dat in de huidige statuten wordt verwezen naar artikelen die in het nieuwe recht een andere inhoud hebben gekregen. Statutaire verwijzing naar een wetsartikel wordt geacht van toepassing te zijn. Er zal dus moeten worden nagegaan of het op deze wijze binnendringen van het nieuwe recht in de huidige statuten wenselijk is.

Een ander probleem kan zijn dat er niet is verwezen naar toepasselijke wetsartikelen, maar dat complete wetsartikelen zijn overgenomen in de statuten, maar dan met een eigen twist van de betreffende notaris. Die (aangepaste) wetsartikelen worden dan juist weer niet zonder meer vervangen door diezelfde artikelen van het nieuwe BV-recht, terwijl dat dan juist weer wel wenselijk kan zijn.

Ten slotte, binnen 5 maanden na afloop van het boekjaar moet het bestuur de jaarrekening opmaken en voorleggen aan de aandeelhouders. De aandeelhouders kunnen het bestuur maximaal 6 maanden uitstel verlenen. Uitstel hoeft u niet te melden aan de Kamer van Koophandel, maar wel vastleggen in notulen. De aandeelhouders hebben onder het oude recht vervolgens 2 maanden de tijd voor het vaststellen van de jaarrekening. Als uw boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar is dit 31 juli. Bij maximaal uitstel is dit 31 januari van het volgende jaar.

In het nieuwe BV-recht geldt dat ondertekening van de jaarrekening direct leidt tot vaststelling daarvan. Dit nieuwe recht is onverkort direct geldig op alle BV’s, dus ook de bestaande. Dat betekent dat die 2 maanden voor vaststelling van de jaarrekening nu dus is komen te vervallen, wat betekent dat de jaarrekening altijd voor 30 november, volgend op het afgesloten boekjaar, moet zijn opgemaakt. Daar zit dan weer aan vast dat de jaarrekening vervolgens binnen 8 dagen na ondertekening/vaststelling moet zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.

Kortom, maatwerk! Als u uw BV onder het nieuwe recht optimaal wilt structureren, al naar gelang de wensen, om gebruik te maken van de nieuw geboden mogelijkheden en/of om ongewenste bepalingen te elimineren, al dan niet met het oog op estateplanning, dan is het wel degelijk noodzakelijk om de statuten te laten aanpassen door de notaris.

Voor nadere vragen kunt u altijd contact met ons opnemen.




28 november 2012

Staatssecretaris Weekers heeft in een brief aan de Tweede Kamer zijn besluit kenbaar gemaakt om de bezwaren tegen aanslagen erfbelasting als massaal bezwaar aan te wijzen. Het gaat hierbij om bezwaren waarin gesteld wordt dat, gelet op het gelijkheidsbeginsel, de vrijstelling uit de bedrijfsopvolgingsregeling ook van toepassing is op ander vermogen dan ondernemingsvermogen.

Het betreft aanslagen die nog niet onherroepelijk vaststaan.

Indien u geïnteresseerd bent, kunnen wij u de brief van de Staatssecretaris per e-mail doen toekomen. Neemt u dan even contact met ons op via info@adopartners.nl.




14 november 2012

De Inspectie SZW heeft de brochure vernieuwd waarin de arbeidsrisico’s voor zzp’ers beschreven staan. Voor bedrijven die met zzp’ers werken is het van belang op de hoogte te zijn van rechten en plichten die het werken met zzp’ers met zich mee brengen. Zowel voor opdrachtgever als voor zelfstandige is het belangrijk in kaart te hebben wat dit voor de werkrelatie betekent.

Brochure Zelfstandigen en de Arbowet




7 november 2012

Vanaf 1 januari 2013 wordt Standard Business Reporting (SBR) in fasen ingevoerd als de verplichte standaard voor digitaal financieel rapporteren aan de overheid en andere instellingen. De aanlevering gebeurt versleuteld en over een beveiligd kanaal, de Digipoort (of BIV voor aanlevering aan banken). ADO & Partners heeft hiervoor geïnvesteerd in het benodigde beveiligingscertificaat. Ook wordt onze financiële software en aangiftesoftware hierop aangepast.

Wij blijven er uiteraard voor zorgen dat uw rapportages tijdig en op de verplicht gestelde manier aan de diverse partijen worden geleverd. Hierbij kunt u onder andere denken aan de volgende rapportages:

-         alle soorten aangiften bij de Belastingdienst;

-         kredietrapportages op verzoek van de banken;

-         deponeren van jaarrekeningen bij de Kamer van Koophandel;

-         statistiekopgaven aan het CBS.




12 september 2012

Vanaf 1 oktober is er één adres voor de controle van de geldigheid van een btw-identificatienummer, of naam adres en woonplaats van uw klant. U kunt hiervoor dan uitsluitend terecht op de internetsite van de Europese Commissie: de website van de Europese Commissie.

U krijgt een bevestiging van uw controle. Als u bij uw controle uw eigen btw-identificatienummer hebt ingevuld, dan wordt dit nummer ook getoond op die bevestiging.

Van de meeste lidstaten kunt u op die site ook de naam- en adresgegevens van uw klant controleren. Als dit bij een van de lidstaten niet mogelijk is, dan volstaat de  bevestiging van de geldigheid dat het btw-identificatienummer om aan te tonen dat u de controle hebt uitgevoerd. Daarnaast dient u vanzelfsprekend nog met andere bescheiden in uw administratie de juistheid van het toepassen van het 0% tarief of de juistheid van het verleggen aan te tonen.




6 september 2012

Per 1 oktober 2012 wordt het hoge btw-tarief verhoogd naar 21%.

De hoofdregel is dat het btw-tarief (19 of 21%) moet worden gehanteerd dat geldt op het moment waarop goederen geleverd worden of het moment waarop een dienst is voltooid. Dus 19% vóór 1 oktober 2012 en 21% vanaf 1 oktober 2012.

Uitzonderingen:

-          Vooruitbetalingen

Bij vooruitbetalingen vóór 1 oktober 2012 voor een levering of dienst die op of na 1 oktober 2012 plaatsvindt, is 21% btw verschuldigd.

-          Aanbouw en verbouw van onroerende zaken

Voor nieuwe onroerende zaken die nog in aanbouw zijn op 1 oktober 2012, geldt een speciale regeling. Ook voor verbouwingen geldt een aparte goedkeuring, waarbij het van belang is of het gaat om een verandering van een onroerende zaak of om onderhoud en/of herstel daarvan. Neemt u, als dit voor u speelt, contact met ons op voor nadere informatie.

De verhoging heeft onder andere gevolgen voor kassasystemen en voor uw administratie. Als u een kassa gebruikt, dan adviseren wij u tijdig met de leverancier te overleggen over aanpassing daarvan. In uw financiële administratie zijn aanpassingen van het grootboekrekeningenschema en de btw-codes benodigd.




30 augustus 2012

Als u wel eens werknemers tegen betaling uitleent aan collega-ondernemers, dan moet u sinds 1 juli 2012 voldoen aan de Registratieplicht Waadi. Dit houdt in dat in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel moet staan dat u arbeid ter beschikking stelt. Dit geldt voor alle bedrijven die bedrijfsmatig of niet-bedrijfsmatig werknemers uitlenen. Ook als u dit incidenteel doet.

Als u niet juist geregistreerd staat, loopt u het risico op een boete van € 12.000 of meer voor elke werknemer die u uitleent. De Inspectie SZW controleert de registratieverplichting en kan boetes opleggen.

Meer informatie vindt u op kvk.nl/waadi




18 juli 2012

De 'Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto' wordt voortaan digitaal ingediend. Het papieren formulier wordt niet meer gebruikt. Ook het intrekken van de verklaring gebeurt digitaal.

Zie Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto




20 juni 2012

Op 1 oktober 2012 wordt een geheel nieuwe wettelijke regeling voor de BV van kracht, de Flex-BV. Hiermee vereenvoudigt het BV-recht sterk. De nieuwe flexibele mogelijkheden kunnen een BV voor u interessant maken. De belangrijkste wijzigingen:

  • Het minimumkapitaal van €18.000 verdwijnt
  • De bankverklaring bij oprichting vervalt
  • Geen accountantsverklaring meer bij inbreng in natura op aandelen
  • Inkoop van alle aandelen op één na is mogelijk
  • Onmiddellijke terugbetaling van kapitaal is mogelijk
  • Aandeelhouders kunnen niet meer zelfstandig besluiten tot dividenduitkeringen. Het bestuur moet goedkeuring geven
  • Alvorens goedkeuring te geven moet het bestuur nagaan of de BV na de uitkering nog aan haar verplichtingen kan blijven voldoen (uitkeringstoets). Blijkt achteraf dat ten onrechte goedkeuring is verleend en het bestuur had dit behoren te weten, dan kunnen bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld om een tekort aan te zuiveren tot maximaal het bedrag van de uitkering
  • Ook aandeelhouders kunnen aansprakelijk worden gesteld tot terugbetaling van het bedrag dat zij ontvangen hebben, als ook zij hadden moeten weten dat de uitkering onverantwoord was
  • Hetzelfde geldt bij inkoop van aandelen en bij terugbetaling van kapitaal

Met een bestaande BV kunt u met de huidige statuten voortgaan onder de nieuwe regeling. Het is raadzaam na te gaan of de mogelijkheden van de nieuwe regeling voor u nuttig zijn, waardoor een statutenwijziging toch gewenst is.




5 juni 2012

Vanaf 1 februari 2014 wordt in Europa alleen nog IBAN (International Bank Account Number) als bankrekeningnummer gebruikt. Ook gaan we over op nieuwe standaarden voor overschrijvingen en incasso's. Op de volgende website treft u een overzicht aan van aandachtspunten voor bedrijven:

Over op IBAN - bedrijven

Tip: U kunt de vermelding van uw bankgegevens op uw nieuwe drukwerk of website al aanpassen.




23 december 2011

Er zijn sinds vandaag nieuwe formulieren beschikbaar voor het afgeven van een 'Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto'. De verklaring kan op zijn vroegst per 1 januari 2012 ingaan.

U zelf als ondernemer of uw werknemer kan hiermee verklaren dat er met de bestelauto van de zaak geen enkele kilometer privé wordt gereden. Zo kunt u de bijtelling voor privégebruik vermijden. En hoeft u geen rittenregistratie bij te houden.

De formulieren en de bijbehorende toelichtingen voor de ondernemer en de werknemer zijn verschillend. Via onderstaande links kunt u hier meer over lezen.

Ondernemer

Werknemer




16 december 2011

De overheid gaat minder bijdragen aan de kosten van kinderopvang. De kinderopvangtoeslag wordt daardoor lager. Hoeveel lager, hangt af van uw (gezamenlijke) toetsingsinkomen. Hoe hoger uw inkomen, hoe meer u zelf moet betalen.

U kunt alleen nog kinderopvangtoeslag krijgen voor de uren die u werkt. U moet uitgaan van de ouder die de minste uren per jaar werkt. Gaat uw kind minder uren per week naar de opvang dan dat u werkt? Neem dan de werkelijke uren.

Ingeval u als ondernemer de minste uren werkt, dient u een urenadministratie bij te houden.

Voor alle details en proefberekeningen verwijzen wij u naar deze site van de belastingdienst: Kinderopvangtoeslag